Welkom Poezen Noormannen Kittens Tuin en ren Medisch Contact

 

Testen van ziekten bij de Noorse boskat

HCM
Hypertrofische Cardiomyopathie:
HCM is een hartprobleem. Het is een erfelijke aandoening. De spierwand van de linkerhartkamer verdikt zich. Het hart zal hierdoor steeds minder goed functioneren. Doordat het hart minder goed functioneert kunnen zich verschillende problemen voordoen:
1. hartfalen;
2. verstoppingen van de bloedvaten (embolie);
3. beroertes of 
4. een verlamming.
Katten met HCM hoeven dat niet altijd duidelijk te laten merken. Ze kunnen wat rustiger zijn, wat sneller vermoeid, een versnelde ademhaling hebben, minder eten dan normaal, benauwd zijn of een hartruis hebben. Het kan echter ook voorkomen dat een kat hier niets van laat zien en onverwacht overlijdt aan een hartstilstand. HCM is altijd dodelijk, maar wanneer de kat eraan overlijdt is niet te zeggen. 
HCM kan vastgesteld worden door een echocardiogram en moet uitgevoerd worden door een specialist. Geadviseerd wordt om dit onderzoek geregeld te laten uitvoeren. Na het achtste jaar kan pas gezegd worden of een kat HCM vrij is.

GSD IV
Symptomen:
Meestal worden kittens met GSD IV dood geboren, dus een hoger aantal doodgeboren kittens zou een indicatie kunnen zijn dat u te maken heeft met deze aandoening. Ook sterfte kort na de geboorte zou hierbij gerekend kunnen worden. 
Toch is er ook een aantal kittens dat 5 tot 7 maanden oud wordt zonder opvallende problemen. Daarna stagneert de ontwikkeling plotseling, de katjes worden steeds zwakker. De volgende symptomen kunnen zichtbaar zijn:
1. hoge koorts (40°C) waartegen antibiotica en corticosteroïden niets uithalen (hierbij wordt vaak aan FIP gedacht maar dat hoeft dus niet zo te zijn); 
2. bibberen zoals bij onderkoeling; 
3. slinken van de spiermassa, waardoor het katje ook steeds meer moeite krijgt om zich soepel en snel te bewegen; 
4. spierkrampen; 
5. verlamming van de spieren in de ledematen (hierbij kan wederom aan FIP worden gedacht, in het bijzonder als het gaat om droge FIP); 
6. tussen de 7 en 14 maanden eindigt het leven dan helaas toch nog door een hartinfarct, meestal na een periode van in coma te hebben gelegen. 
Erfelijk:
GSD IV vererft autosomaal recessief. 
Wat houdt dit in?
Van beide ouders moet het kitten een gemuteerd gen vererven om de ziekte daadwerkelijk tot openbaring te laten komen. Geslacht speelt hierbij geen rol. 
Dit houdt in dat kittens uit ouders die beiden drager zijn van GSD IV, 25% kans hebben dat zij de ziekte openbaren. 50% van de kittens is enkel drager en 25% is onaangetast.
Als de ouders van uw kitten GSD IV-vrij zijn, is uw kitten het ook. Deze hoeft dan niet meer getest te worden. 

PKD: Polycystic kidney disease
PKD of polycystic kidney disease is een ziekte die zowel bij hond als kat kan voorkomen. Zoals de naam het zegt, ontwikkelen zich bij deze ziekte multipele cysten in het nierweefsel. Afhankelijk van de omvang en het aantal van deze cysten, wordt het normale nierweefsel in meer of mindere mate vernietigd. De symptomen kunnen variëren van weinig of geen afwijkingen tot snel en progressief nierfalen met fatale gevolgen. Ook in de lever en de pancreas kunnen zich cysten ontwikkelen. 
Er is geen behandeling mogelijk. 

Echografie: PKD kan met echografie ontdekt worden. Indien men de echografie op 10-12 maanden oude leeftijd uitvoert, dan heeft men 98% zekerheid of de poes al dan niet de ziekte heeft. 
De test hoeft dan ook maar één keer te worden gedaan. 

SNAP test : FIV + FelV
Iedere katteneigenaar die gaat fokken komt het vroeg of laat tegen. Voordat de poes bij de kater mag komen moet er een bloedtest uitgevoerd worden. Er wordt getest op FIV (aids) en FeLV (leukemie). FIV is een ziekte die niet alleen van belang voor fokkers met raskatten maar ook voor eigenaren van "gewone" huiskatten, want helaas komt FIV bij alle soorten katten voor.
FIV: Feline Imunodeficientie Virus of kattenaids.
FIV wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. 
Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven in een groep waar de rangorde bepaald is zullen elkaar niet snel besmetten doordat ze niet veel vechten met elkaar.
Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens .
Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten.

Wat zijn de symptomen van FIV? 
Het ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem (immunosuppressie) van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties.
Na infectie met het FIV virus zijn er een aantal stadia: 
1. Acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen.
2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaren duren, soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan wel andere katten besmetten.
3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen, verminderde eetlust en vermageren.
4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het de eigenaar opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende ziekteverschijnselen zijn: tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid, diarree. Deze symptomen worden over een periode van enkele maanden steeds erger.
5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken vergelijkbaar met AIDS bij de mens. De kat vermagert, krijgt chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen, bijvoorbeeld longontsteking. Neurologische verschijnselen (zenuwafwijkingen) worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS.

Hoe is FIV te diagnostiseren?
FIV is, evenals FeLV, te diagostiseren met behulp van bloedonderzoek. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is.
Een gebruikte testmethode is de Snap Combo-test. Met deze test worden antilichamen in het bloed aangetoond. Er wordt wat bloed afgenomen van de kat en binnen enkele minuten is de uitslag bekend, u kunt op de uitslag wachten.

Is FIV te behandelen?
Kattenaids is helaas niet te genezen. Het is erg belangrijk dat katten waarbij FIV is gediagnosticeerd geen andere katten kunnen besmetten. Dit betekent dat ze alleen gehuisvest moeten worden en dat ze ook niet meer naar buiten mogen. Dit ter bescherming van andere katten!

Hoe is FIV te voorkomen?
Het risico op infecties met FIV is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden. Katten die in een groep leven, goed met elkaar overweg kunnen en dus niet veel vechten lopen de minste kans.
Katten die in grotere groepen worden gehouden, bijvoorbeeld in een Cattery of in dierenasiels/pensions dienen regelmatig gecontroleerd te worden. 
En zeker als u uw kat laat dekken is het van zeer groot belang dat u de negatieve test van de andere kat onder ogen krijgt.
 Let hierbij ook op dat de test niet ouder dan 1/2 à 1 jaar is.
Wat is de toekomst voor een kat met aids?
Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen besmetting met het virus en het ontwikkelen van ziekteverschijnselen hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben alvorens zij te ziek worden. Helaas zal ook een kat met aids uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.

PKdef

PKdef is een test die sinds kort wordt gedaan bij de Noorse boskat.

Pyruvaat Kinase is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de energiestofwisseling. Een tekort (deficiëntie) aan dit enzym leidt tot een tekort aan energie in onder andere de rode bloedlichaampjes (de erythrocyten) waardoor deze hun werk niet of nauwelijks kunnen doen en vroegtijdig afsterven. Hierdoor ontstaat er een tekort aan rode bloedlichaampjes. Uiterlijk zien we dan bleke slijmvliezen. We noemen dit bloedarmoede of anaemie.
Rode bloedlichaampjes zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam. Het zuurstof wordt gebonden aan het haemoglobine (de rode bloedkleurstof). Bij een vervroegd afsterven van de erythrocyten vindt een verhoogde afbraak plaats van haemoglobine (haemolyse). Dit gebeurt vooral in de milt, een deel van het haemoglobine (de haem-groep) wordt echter afgebroken in de lever. De reststoffen die hierbij overblijven (o.a. bilirubine) geven aan het bloedplasma een gelige kleur. Bij voldoend hoge concentratie kunnen de slijmvliezen, het wit van de ogen en zelfs de huid gelig verkleuren. De afwijking vererft autosomaal recessief hetgeen betekent dat een kat van beide ouders de "foute" erfelijke aanleg moet hebben gekregen om lijder aan PKdef te zijn. Met behulp van deze DNA-test kan worden vastgesteld of een kat het schadelijke allel bij zich draagt. 

De PKdef DNA-test geeft drie mogelijke resultaten:
  • Uw kat is "vrij" en heeft twee "gezonde" allelen. De kat zal geen verschijnselen van PKdefontwikkelen en, minstens zo belangrijk, kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.
  • Uw kat is "drager" en heeft één "gezond" allel en een "defect" allel. De kat zal geen verschijnselen van PKdef krijgen maar zal wèl het mutante allel aan de helft van zijn of haar nakomelingen doorgeven.
  • Uw kat is "lijder" en heeft dus twee defecte allelen. De kat zal vroeg of laat in meer of mindere mate verschijnselen van PKdef krijgen. Lijders geven het afwijkende allel door aan al hun nakomelingen in de volgende generatie.
Dankzij de DNA-test kunnen fokkers de erfelijke aanleg van hun toekomstige fokdieren al op jonge leeftijd vaststellen en die informatie gebruiken om zo effectief mogelijk tegen de afwijking te selecteren.

Bronnen: 
Cattery Annakat 
Cattery van de Moeshoek

 Boek: Noorse boskat van Esther Verhoef-Verhallen

Met het fokken doen wij ons best om zo gezond mogelijke kittens op de wereld te zetten!